In het kort: Een thuisbatterij kan in huurcomplexen met laadpalen bijdragen aan het ontlasten van de aansluiting op piekmomenten, maar voor individuele huurders is een eigen batterij financieel vaak nog niet aantrekkelijk. Voor woningcorporaties en andere verhuurders ligt de meeste waarde in een gezamenlijke of geautomatiseerde aanpak, zoals lopende pilots van netbeheerders laten zien. De wettelijke ruimte om laadinfrastructuur te verrekenen via de huur en de aankomende prioritering van batterijoplossingen per 1 juli 2026 maken de combinatie van laadpalen en opslag strategisch relevant voor complexen die tegen capaciteitsgrenzen aanlopen.

Wat is een thuisbatterij en waarom komt dit onderwerp nu op bij woningcorporaties?

Een thuisbatterij is een opslagsysteem dat elektriciteit bewaart, bijvoorbeeld van zonnepanelen of tegen een laag tarief ingekocht, om die later te gebruiken. Er is een bredere zoektocht van verhuurders naar herhaalbare verduurzamingsoplossingen die vooral iets moeten opleveren voor de huurder. Dat past in een trend waarbij laadpalen bij woningcorporaties steeds vaker onderdeel worden van een structurele aanpak in plaats van losse projecten.

De aanleiding is niet toevallig. Het aantal laadpalen in Nederland groeit door van 500.000 nu naar 2 miljoen in 2030, oftewel zo'n 500 nieuwe laadpalen per dag (Netbeheer Nederland, 2026). Bij complexen met veel parkeerplaatsen en laadpunten loopt de gelijktijdige belasting op, precies op de momenten dat het net het drukst is.

Wanneer speelt netcongestie een rol bij laadpalen in huurwoningen?

Netcongestie treft vrijwel altijd piekmomenten, niet het hele etmaal. Er is alleen netcongestie op piekmomenten, bijvoorbeeld tussen 7.00 en 9.00 uur en tussen 16.00 en 21.00 uur bij huishoudens en bedrijven (ACM, 2026). Uit proeven van Stedin blijkt dat het verlagen van de laadsnelheid vooral nodig is tussen 16.00 en 21.00 uur, het moment waarop veel auto's tegelijk aan de laadpaal hangen en het huishoudelijk verbruik hoog is (Stedin, z.d.).

Wel vraagt het om slimme aansturing. Meer achtergrond over de gevolgen voor vastgoed en laadpalen staat in het overzicht over netcongestie en de gevolgen voor vastgoed.

Wat levert een thuisbatterij op voor een huurder met een eigen laadpaal?

Voor een individuele huurder is een thuisbatterij op dit moment lastig rendabel te maken, tenzij deze wordt gecombineerd met een dynamisch energiecontract of een collectieve regeling. Volgens Kamerstuk 35594-D vragen thuisbatterijen een hoge investering en zijn ze momenteel niet rendabel (Overheid.nl, 2022). Wel kunnen consumenten met een dynamisch contract elektriciteit inkopen tegen gunstige tarieven om later te gebruiken, wat de businesscase verbetert (Kamerstuk 35594-D). Voor huurders die zelf een laadpunt willen, staan de mogelijkheden van een laadpaal aan huis op onze particulierenpagina.

Eind 2021 waren er in totaal 2.117 batterijsystemen aangesloten in Nederland, met thuisbatterijen als grootste groep in aantal (ongeveer 64%) maar slechts 3% van de totale opgeslagen capaciteit (Kamerstuk 35594-D, o.b.v. Smart Storage Trendrapport 2022). Dat laat zien dat individuele thuisbatterijen weliswaar talrijk zijn, maar qua impact op het net nog beperkt.

Hoe kan batterijopslag laadpalen in een huurcomplex versterken?

De grootste meerwaarde van batterijopslag in huurcomplexen zit niet bij de individuele huurder, maar bij de gezamenlijke aansluiting van het gebouw of complex. Een gedeelde batterij kan pieken van gelijktijdig laden opvangen, waardoor de bestaande aansluiting langer volstaat en dure verzwaring wordt uitgesteld of voorkomen.

Netbeheerders zetten hier zelf op in. Zonneplan en Liander startten in Arnhem een pilot waarbij zonnepanelen, laadpalen en thuisbatterijen geautomatiseerd worden aangestuurd om netcongestie te verminderen; deelnemende huishoudens ontvangen een vergoeding voor het flexibel inzetten van hun apparatuur, en Liander compenseert eventuele misgelopen inkomsten (Liander, 2024). Dit voorbeeld laat zien dat schaal en aansturing bepalend zijn voor het effect, niet het aantal losse batterijen op zich.

Voor huurcomplexen ligt daarom een rol voor de verhuurder of een aggregator voor de hand: die kan schaalvoordeel organiseren en de flexvergoeding centraal innen, in plaats van dat elke huurder los een businesscase moet zien te sluiten. Wie laadinfrastructuur en batterijopslag als één ontwerp benadert in plaats van als losse voorzieningen, voorkomt dat de aansluiting jaren later alsnog een knelpunt wordt. Meer over deze afweging staat in het artikel over hoe een batterij de aansluiting ontlast.

Wat verandert er per 1 juli 2026 voor batterijopslag en laadpalen?

Vanaf 1 juli 2026 krijgen aanvragen voor een nieuwe of zwaardere aansluiting in congestiegebieden een andere beoordeling: alleen oplossingen die het net ontlasten (zoals grote batterijen), organisaties voor nationale veiligheid en basisbehoeften zoals woningen krijgen nog voorrang (Rijksoverheid, 2026). Eerder kregen alle kleinverbruikers, waaronder laadpalen, standaard voorrang.

Deze wijziging maakt batterijopslag bij een laadpalencluster relevanter dan voorheen, omdat een batterij die het net actief ontlast onder de nieuwe prioriteringsgroepen kan vallen. Voor woningcorporaties die in een gebied met netcongestie zitten en nog laadpunten willen uitbreiden, is dit een moment om de aanvraagstrategie te herzien. Zie ook de toelichting op wat er per 1 juli 2026 verandert voor de laadpaal-aanvraag.

Welke regels gelden voor woningcorporaties bij laadinfrastructuur en verrekening?

Woningcorporaties moeten bij nieuwbouw met meer dan drie parkeerplaatsen laadpunten, voorbekabeling en leidingdoorvoeren realiseren volgens de EPBD IV-verplichting; bij ingrijpende renovatie geldt deze plicht niet als de kosten van de laadinfrastructuur boven de tien procent van de totale renovatiekosten uitkomen (RVO, 2026). De investering in laadinfrastructuur kan een corporatie terugverdienen via een huurverhoging die in redelijke verhouding staat tot de plaatsingskosten, binnen de kaders van het Woningwaarderingsstelsel (RVO, van kracht). Meer details staan in de uitleg over welke EPBD IV-regels gelden voor uw gebouw.

Voor batterijopslag geldt een registratieplicht: sinds 7 mei 2024 moet een batterijsysteem met een vermogen van 0,8 kW of meer worden geregistreerd via Energieleveren.nl, ook bij thuisbatterijen en batterijen bij bedrijven (RVO, van kracht). Corporaties die zelf duurzame energie willen opwekken of opslaan voor hun huurders kunnen onder voorwaarden deelnemen aan de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking, mits het gaat om voorzieningen bij gebouwen die energie leveren aan de eigen huurders (ILT, 2026). Een landelijke subsidieregeling specifiek voor thuisbatterijen in huurwoningen is op dit moment niet gevonden.

Een praktisch aandachtspunt bij de plaatsing van batterijen in of bij woningen is veiligheid. NEN 8025 richt zich mede op nieuwe risico's van thuisbatterijen en het opladen van accu's, om schade, ongevallen en letsel te voorkomen (NEN, 2024). Dit is relevant bij de keuze voor plaatsing in bergingen, meterkasten of gemeenschappelijke ruimtes.

Wat betekent dit in de praktijk voor een verhuurder die laadpalen wil combineren met een batterij?

In de praktijk blijkt vaak dat een batterijoplossing pas echt effect heeft wanneer die is gekoppeld aan een vorm van load balancing over meerdere laadpunten, in plaats van als losstaande voorziening per woning. Een veelvoorkomend patroon is dat corporaties beginnen met laadinfrastructuur en pas later, als de aansluiting knelt, alsnog naar opslag kijken. Wie dit vooraf in het ontwerp meeneemt, voorkomt een dure herbekabeling of een langdurig congestietraject bij de netbeheerder.

Bij nieuwe complexen is het daarom raadzaam om de capaciteitsbehoefte van laadpalen, de eventuele rol van een batterij en de aansluitcapaciteit in één keer door te rekenen, in plaats van los per gebouwdeel. Dat sluit aan bij de bredere aanpak voor laadinfrastructuur bij kantoorpanden en vergelijkbare vastgoedtypen, waar dezelfde capaciteitsafweging speelt. Wij verzorgen desgewenst advies, installatie en beheer van laadpunten, inclusief de afweging of load balancing of een aanvullende batterijoplossing nodig is, maar de keuze voor een batterijinvestering en de verrekening daarvan met huurders blijft aan de vastgoedeigenaar of corporatie zelf.

ScenarioBatterij vooral zinvol?Belangrijkste afweging
Individuele huurder met eigen laadpaalBeperkt, tenzij dynamisch contractInvestering weegt vaak nog niet op tegen besparing
Complex met gedeelde aansluiting en meerdere laadpalenKansrijkBatterij ontlast piekbelasting op aansluiting
Nieuwbouw met EPBD IV-verplichtingAfhankelijk van net en budgetCombineer laadinfra-ontwerp met capaciteitsberekening
Bestaande bouw in congestiegebiedVaak relevant per 1 juli 2026Batterij kan prioriteit krijgen bij aansluitaanvraag

Hoe verhoudt dit zich tot bredere verduurzaming en subsidies voor VvE's en corporaties?

Batterijopslag staat niet op zichzelf, maar past in een breder pakket van verduurzamingsmaatregelen waar ook VvE's mee te maken krijgen bij het realiseren van laadpalen voor VvE's. RVO noemt in de EPBD IV-handreiking een Energy Management System, lokale opwek en batterijopslag expliciet als aandachtspunten bij bestaande bouw met netcongestie (RVO, 2026). Voor de financiering van laadpunten zelf blijft het raadzaam de actuele subsidiemogelijkheden te checken, zoals beschreven in het overzicht over welke laadpaal-subsidies bedrijven en VvE's nog kunnen aanvragen in 2026.